| Aangeboden: Twee Geloven in een Huis door Jan Nieuwenhuis Prijs: T.e.a.b. TWEE GELOVEN IN EEN HUIS door Jan Nieuwenhuis Het geloof van de tussengeneratie Boek met een rode kaft met illustratie met zwart/wit letteropdruk in perfecte conditie; 159 pagina's; 'Twee geloven in één huis, dat is een groot kruis', zo luidt een oud spreekwoord. Hoe waar dat is, ondervindt nu menig van oorsprong katholiek gezin. Daar gaat het om het kruis van ouders en opgroeiende kinderen, wier beider geloof uit elkaar is gegroeid, eigen wegen is gegaan en soms voor elkaar onherkenbaar is geworden. De ouders hebben in hun jonge jaren vaste kaders meegekregen. Die bleken echter niet bestand tegen de stroomversnellingen van later en zeker niet tegen de vragen en leefpatronen van hun kinderen. En de kinderen van hun kant vonden geen heil in het 'oude' geloof van hun ouders. Zij verlaten de kerk en maken, zeker op het eerste gezicht, de indruk dat ze religieus uithuizig zijn. Ov er het kruis van die twee geloven handelt dit boek. Het probeert allereerst in kaart te brengen wat met zeer veel katholieke mensen uit de zogenaamde tussengeneratie ten aanzien van hun geloof en kerkopvatting is gebeurd. Hoe hebben zij zich als gelovigen gevoeld en hoe voelen zij zich nu. Maar daarnaast wil het vooral een poging doen om een brug te slaan tussen de geloofsbeleving van jongeren en die van hun ouders. Telkens weer wordt aandacht geschonken aan de leefwereld van jonge mensen en de bij hen aanwezige vragen. Jan Nieuwenhuis probeert als het ware op het kruispunt te staan tussen jongeren en ouders; wederzijds door te geven wat er aan vragen en ervaringen aan de hand h, en wegen te zoeken waarlangs een gesprek tussen beiden misschien (weer) mogelijk is. Dr. J. Nieuwenhuis (1924) trad in 1941 in bij de dominicanen en was na zijn priesterwijding zestien jaar redactiesecretaris van het weekblad De Bazuin. Hij is stafmedewerker van het Katholiek Service-In stituut voor Levensvorming te Arnhem. Momenteel maakt hij deel uit van het pastorale team van de Dominicuskerk aan de Spuistraat te Amsterdam. INHOUD Voorwoord 1. Twee in één huis a. In het klad leven b. Ouder dan de ouders c. 'Waarom heb je ons dit aangedaan?' d. Het nieuwe gezin 2. Vroeger en nu a. Het geloof der vaderen (en der moederen) Onvrij-vrij Uiterlijk-innerlijk On-geloof-geloof b. Het geloof der zonen (en dochteren) De ouders over hun kinderen De kinderen over zichzelf 3. De twee Goden a. De God(en) van jonge mensen b. Ouders en hun God c. De levende God 4. Praten met God a. Het ritueel b. Bidden in een theedoek c. Zichzelf veranderen 5. De heilige katholieke kerk a. Beminde gelovigen b. Uittocht en verzet (Rooms-) Katholiek? Dubbelzinnige moraal Zwervers en randfiguren c. 'Ik denk dat de jeugd niet gelooft door de kerk' 6. Zondags gaan wij naar de kerk a. Jeugd en kerk Naar de kerk moeten Niet naar de kerk willen b. Ouders en kerk Waarom naar de kerk? Nogmaals: waarom eigenlijk? c. Een kerk op zondag 7. Waartoe ben ik op aarde? a. De vraag b. Op zoek naar een antwoord c. Opnieuw: op zoek naar een antwoord d. Uitgangspunten e. Worden als zij 'Twee geloven in één huis, dat is een groot kruis' - zo luidt een oud vaderlands spreekwoord. Hoe waar dat is, wordt thans in menig van oorsprong katholiek gezin aan den lijve ondervonden. En dan slaat het niet - zoals ooit - op het kruis van twee tot verschillende kerkgenootschappen behorende mensen, maar op het heel andere kruis van ouders en opgroeiende kinderen, wier beider geloven uit elkaar is gegroeid, eigen wegen is gegaan en soms zelfs voor elkaar onherkenbaar is geworden. Het geloof van die ouders is gekweekt in een dogmatisch verleden en wordt nu in hun kinderen geconfronteerd met een pragmatische en onzekere toekomst. Die ouders kregen in hun jonge jaren vaste referentiekaders mee, die echter niet bestand bleken tegen de stroomversnellingen van later en zeker niet tegen de vragen en het leefpatroon van hun kinderen. En die kinderen van hun kant vonden geen heil in dat 'oude' geloof van hun ouders, verlaten de kerk en maken, zeker op het eerste gezicht, de indruk van religieus uithuizig te zijn. Dat is het kruis in menig van oorsprong katholiek gezin van thans: twee geloven - dat van de ouders en dat van hun groter wordende kinderen - samen in één huis. Het valt in dat huis vaak wel uit te houden samen, maar dat 'geloven' is over en weer onbespreekbaar; bij de kinderen lijkt het zelfs helemaal niet meer aanwezig te zijn. Over dat kruis - want een kruis is het voor heel wat ouders - en over die twee geloven handelt dit boek. Het is ontstaan vanuit een peiling onder ongeveer vijfhonderd ouders met opgroeiende kinderen. Zij hebben m antwoord op vragen van de auteur gereageerd met uitvoerige brieven, waarin zij geen moordkuil maakten van hetgeen zich in hun gelovig hart heeft afgespeeld en nog afspeelt. Op die brieven is dit boek gebaseerd en uit die brieven wordt dan ook voortdurend geciteerd: overal waar aanhalingstekens staan. gaat het om authentieke en niet door de auteur bedachte getuigenissen van ouders. De peiling, waaruit de brieven resulteerden, is mogelijk gemaakt door de Stichting Katholiek Service-Instituut voor Levensvorming te Arnhem. Ook de Katholieke Radio Omroep heeft door oproepen via de programmabladen en via de rubriek Postbus 900 in belangrijke mate bijgedragen aan de totstandkoming van dit project. En niet het minst zijn het de honderden ouders die met hun levensechte en vaak bewogen getuigenissen de auteur hebben geholpen om dit boek samen te stellen. Aan hen allen wil ik hier oprecht en uitdrukkelijk dank zeggen. Dit boek probeert allereerst in kaart te brengen wat met zeer veel rooms-katholieke mensen uit de zg. tussengeneratie ten aanzien van hun geloof en kerkbeleving is gebeurd, en wel vanuit hun eigen belevingswereld. Hoe hebben zij zich als gelovigen gevoeld en hoe voelen zij zich nu? De antwoorden op die vragen brengen wellicht niet meteen nieuws, maar misschien laten zij wel samenhang zien, verbanden en vooral wederzijdse herkenning. Wie leest hoe een ander denkt en voelt, kan daarin zijn eigen innerlijk aflezen en daardoor al verhelderen. Voor die verheldering en de daaruit mogelijk resulterende geruststelling is dit boek in eerste instantie geschreven. Maar daarnaast wil het ook een poging doen om een brug te slaan tussen de geloofsbeleving van huidige jongeren en die van hun ouders. Telkens weer wordt ook aandacht geschonken aan de leefwereld van jonge mensen en de bij hen levende vragen, vooral vanuit een onderzoek dat de au teur vroeger gedaan heeft onder twaalf- tot zeventienjarigen en waarvan de resultaten geboekt zijn in twee bij dezelfde uitgever verschenen werken Volgend jaar misschien en Tussen twaalf en zeventien. Dit nieuwe boek probeert nu als het ware op het kruispunt te staan tussen jongeren en hun ouders, wederzijds door te geven wat daar aan vragen en belevmgen aan de hand is, en wegen te onderzoeken waarlangs een geloofsgesprek tussen beiden wellicht (weer) mogelijk is. Dat het daarbij het meest gaat om ouders en jeugdigen uit de zg. middle-class, ligt een beetje voor de hand vanwege de herkomst van alle getuigenissen, maar misschien zal het geschrevene toch een algemener herkenbaarheid hebben. Aan het slot van Paulus' brief aan de christenen van Kolosse vermaant hij de kinderen om hun ouders te gehoorzamen, maar ook de ouders om hun kinderen niet te 'tergen' - dat wil misschien zoveel zeggen als: het hun niet moeilijker te maken dan het al is -, 'opdat zij de moed nie t verliezen' (Kol. 3, 20-21). Het zou mij een lief ding waard zijn als dit boek ertoe kan bijdragen dat ouders en jongeren over en weer elkaar iets beter leren verstaan en daardoor elkander helpen om de moed, in elk geval de moed om te geloven, niet te verliezen. Amsterdam, voorjaar 1983 Jan Nieuwenhuis |
| meer info |
0 reacties:
Een reactie posten