Feit of interpretatie / Prof.dr. B.J. Oosterhoff

Aangeboden: Feit of interpretatie / Prof.dr. B.J. Oosterhoff Prijs: € 2,00

Feit of interpretatie / Prof.dr. B.J. Oosterhoff. Kok, Kampen, 1967; 34 bladzijden. Eerste bladzijde: De bewering, dat we in de Schrift niet met werkelijke feiten hebben te doen, maar dat het om iets anders gaat, kan men in allerlei toonaarden beluisteren. Toch is deze bewering niet nieuw, al komen we haar in nieuwe vormen tegen. Ze dateert uit de tijd van de historisch-kritische richting, die voornamelijk aan het eind van de vorige en het begin van onze eeuw haar triomfen vierde en zelfs in de daaraan voorafgaande eeuwen haar voorlopers had. De feiten in de Schrift werden gemeten naar de maatstaven van een rationalistische en deïstische geschiedbeschouwing, waarbij de geschiedenis wordt verklaard uit immanente, althans niet-theologische faktoren en voor een rechtstreekse, goddelijke openbaring van buiten af geen plaats is, zodat het oordeel over de feiten, die ons in de Schrift worden meegedeeld, wel volkomen negatief moest uitvallen. Voor Kuenen was "het gemeenzaam verkeer der godheid met de aartsvaders" al een beslissende reden om de feitelijkheid van de aartsvaderverhalen te ontkennen. En een engelenverschijning of een wonder is al voldoende bewijs dat een verhaal historisch niet juist kan zijn. God handelt immers nooit rechtstreeks en zijn daden staan altijd in een door ons te controleren onderlinge samenhang '.
Laatste bladzijde: Maar neemt men het feit weg, dan vervallen ook het heil en het "kerygma". De heilsfeiten in de Schrift zijn feiten. Geen geïnterpreteerde feiten zonder meer. Maar werkelijke, door God gewerkte feiten. Heilsgeschiedenis is geschiedenis van feiten. Tot reele feiten nam de dichter van Ps. 77 zijn toevlucht, toen hij twijfelde aan Gods genade en barmhartigheid. Hij gedacht de daden van Jahwe, Zijn wonderen van ouds. En "gedenken" is in de Schrift maar niet ergens aan denken, zonder meer. Maar het is zo gedenken, dat men er geheel door wordt bepaald en in al zijn doen en laten er door wordt gestimuleerd. Als de dichter de daden van Jahwe gedenkt in de geschiedenis van Zijn volk, dan ziet hij weer opnieuw wie Jahwe is. Hij wordt daardoor geheel veranderd. Hij put er nieuwe krachten uit en weet opnieuw wie Jahwe is om Zich nu ook voor de toekomst weer geheel aan Hem toe te vertrouwen en te steunen op Zijn oneindige genade en trouw. Het zijn feiten, waaraan deze dichter zijn kracht ontleend. We worden niet geroepen om constructies te gedenken, hoe verheven en gelovig ook, maar de daden des HEREN, Zijn wonderen van ouds. En daarin ligt na zoveel eeuwen ook nu vandaag nog voor ons zekerheid en houvast en eeuwige troost.
meer info


0 reacties:

Een reactie posten