| Aangeboden: Gods werk in ons / Ds. W.A. Wiersinga Prijs: Bieden Gods werk in ons / Ds. W.A. Wiersinga. Kok, Kampen, 2e druk, 1952; 243 bladzijden. INLEIDING Uitgangspunt. - Werk van de drieenige God. - Leven in de Geest. - Kenbron: Gods Woord, - De stof door heel de bijbel verspreid. - Teerheid van behandeling eis. DE ORDE DES HEILS Wat het niet betekent. - Wat het spreken over een orde des heils wel betekent. - Nauwkeurige onderscheidingen nodig. Welke volgorde? - Is deze uiteenzetting werkelijk nodig ? - Uit de vruchten verzekerd zijn. - Zonder bekering geen recht geloof. - Kentekenen van genade. EERSTE DEEL DE AANVANG VAN GODS WERK IN ONS ROEPING EN WEDERGEBOORTE. A. De volgorde van deze twee. In Reformatietijd de roeping voorop. - In de strijd met de Remonstranten alle nadruk op de wedergeboorte. - Wij stellen de roeping voorop. B. De roeping in het algemeen. Het begrip. - In de Heilige Schrift. - Uitwendige en inwendige roeping. - Nooit van elkaar losmaken. - Uitwendige roeping is oprecht gemeend. C. De inwendige roeping. Waardoor God roept. - Door het Woord roept ons de Geest. - Hoe de hoorder dit ondergaat. - Waartoe God roept. - Roeping blijk van verkiezing. - Roeping bevestigen. D. De wedergeboorte Op welke wijze God deze werkt. - Wat de wedergeboorte nu in de mens werkt. - Practisch belang hiervan. E. Enige vragen in verband met de wedergeboorte. Wat is het verband tussen de wedergeboorte en de Doop? - Kan er van een "sluimerende wedergeboorte" gesproken worden? - Kan er van "voorbereidende genade" gesproken worden? TWEEDE DEEL DE VOORTGANG VAN GODS WERK IN ONS SCHULDBESEF A. Het wezen van het schuldbesef. Kennis van zonde. - Droefheid over de zonde. - Belijdenis van zonde. B. De plaats van het schuldbesef in de orde des heils. Niet slechts een donker voorportaal van het geloof, - Schuldbesef voor en na het geloof. - Droefheid naar God en droefheid naar de wereld. C. De groei van het schuldbesef. Zien op Gods eis. - Zien op Gods Evangelie. - Strijden tegen de zonden. HET GELOOF A. Het wezen van he t geloof. Horen naar het spreken Gods door het Woord. - Geen gewoon-verstandelijke kennis. - Altijd persoonlijk. - Kennis en vertrouwen. - De grond des geloofs. - Geloven is een eren van God. - Het voorwerp des geloofs. - De vrucht des geloofs. B. Het schijngeloof. Waarom erover gesproken ? - Het historisch geloof. - Het tijdgeloof. - Het wondergeloof. C. De strijd des geloofs. Geloof is zekerheid. - De Hervorming. - Het Pietisme. Wezen en welwezen des geloofs. - Geloven is strijden. - Het geloof nooit ongelovig. - De wapenen in deze strijd. - De groei van het geloof. Geloof en twijfel. Twijfel is ziekte. - Objectieve en subjectieve twijfel. - Onderscheid tussen twijfelaars. - Oorzaken van twijfel. - Hoe te spreken met twijfelaars. DE BEKERING. Het wezen der ware bekering. Schriftgegevens. - Nadere begrenzing. - Eigen activiteit van de mens hierin. - Wat hier "mens" betekent. - Geen twee "ikken". B. Hoe zich dit practisch bij de bekeerde openbaart Er is strijd in hem. - Afsterven. - Opstanding. - De overwinning zeker. C. De schijnbekering. Bekering in algemene zin. - Alleen een uiterlijk afsterven van de zonde. - Alleen een uiterlijk opstaan tot nieuw leven. - Tweede of hernieuwde bekering. D. De mens in de bekering zelf verantwoordelijk. Oproep tot bekering. - Niet verschuilen achter onze onmacht. LEVENSHEILIGING A. Wezen en plaats der levensheiliging. Een zekere tegenzin bij het spreken hierover. - Levensheiliging dus nooit op de verkeerde plaats zetten. - De levensheiliging geen aanhangsel. - Heel de Schrift er vol van. - Christus onze heiligmaking. - Hoe wij nu practisch zo leven uit Christus. - Heilig is Gode gewijd. - Zelfverloochening en kruisdragen. B. Nadere precisering tegenover andere inzichten Het Roomse standpunt. - De Lutherse gedachte. - Pietisme en Methodisme. - De dialectische theologie. - Gereformeerde gedachte. C. Groei in levensheiliging In de Heilige Schrift ons getekend. - De een verder gevorderd dan de ander. - Organische ontwikkeling. - Deze groei is niet aldoor geleidelijk en niet zonde r strijd. - Waarin die groei dan ligt. - Zijn wij os die groei altijd bewust? D. Geen perfectionisme Niet naar de Schrift. - Een miskenning van de diepte der zonde. - Het begrip "volmaaktheid" in de bijbel. - Deze leer der onvolmaaktheid nooit misbruiken. - Verslapt dit onze strijd niet? E. Het loon op de goede werken Geheel schriftuurlijk. - Loon geen economisch begrip, geen verdienste. - Wanneer vooral van het loon gesproken wordt. Loon binnen het raam van het verbond. - Waarin het loon bestaat. - Verband tussen levensheiliging en heerlijkheid. - Verschil in heerlijkheid boven. - Ook door het loon-motief ons laten aansporen. LEIDING VAN DE HEILIGE GEEST A. Aard en werking van deze leiding Waarin wij deze leiding bijzonder nodig hebben. - De Geest wil ons in dit alles leiden. - Zich gewillig laten leiden. - Deze leiding steeds vanuit Gods drieenigheid bezien. - Deze leiding nooit los van Christus en Zijn Woord. - Deze leiding nooit los van de Vader en Zijn schepping. - Wordt zo de wil Gods altijd zuiver door ons onderkend? - Geeft de Geest langs deze weg ook onmiddellijke aanwijzingen? B. Deze leiding en de vrijheid van een christen. Het wezen van onze christelijke vrijheid. - Geen casuistiek. - Zich onder de macht van geen enkel ding laten brengen. - Ook aan de naaste denken. - Koning en priester. - Geen ergernis geven. - De christelijke zede. DERDE DEEL DE VOLTOOIING VAN GODS WERK IN ONS GODS BEWARING A. Geen afval der heiligen Gave Gods, geen daad van mensen. - Dit staat vast volgens heel de Heilige Schrift. - De gelovigen zijn daar ook zelf verzekerd van. - De afwijzing van deze leer. - Deze volharding is geen dwang voor ons. - Deze leer geeft geen valse gerustheid. - Gevolgen van miskenning van deze leer der Schrift. B. Geestelijke verlating Hoe werkelijk deze dikwijls voor ons is. - Tijdelijke verharding. - Geen objectieve verlating. - De oorzaken der verlating liggen dus in ons. - Geestelijke traagheid. - Gewend-raken aan Gods zegen. - Een kind van God is niet rustig onder die verlating. - Kan ik mij dan weer vastgrijpen aan vroegere ervaringen ? - Het nut der verlatingen. - Zo is ook de verlating deel van Gods bewaring. HET LEVEN UIT DE HOOP. A. De inhoud der hoop De hoop en het geloof. - De hoop en het hopen. - In het Oude Testament de toekomst-verwachting weinig individueel. - Voor de Nieuwtestamentische gelovige is dit niet zoveel veranderd. - Het leven der verlosten dadelijk na hun dood. - Het eeuwige leven na Christusâ wederkomst. - De dag van Jezus Christus. B. Hoe deze hoop in ons levendig wordt en blijft De weg der tegenstelling. - De bijbel spreekt over het eeuwig leven veel in tegenstellingen. - De weg van de voorsmaak. - Wat die voorsmaak der eeuwige vreugde is. - De weg van de voorsmaak is de meest-zekere. C. De praktijk van dit leven uit de hoop I. De hoop doet ons Christusâ wederkomst verwachten. Christus komt spoedig. - Ons leven op aarde in het licht van die toekomst zien. - De spanning door zulk een toekomst-verwachting. - Deze toekomst-verwachting geeft ijver en rust. II. De hoop neemt de vrees voor de dood van ons weg. De dood voor ons van karakter veranderd. - Met de dood verzoend. - Tegen het sterven zich aan Christus toevertrouwen. - In Christus sterven. VIERDE DEEL DE MIDDELEN TOT VERSTERKING VAN GODS WERK IN ONS DE OEFENING. Noodzakelijkheid van oefening. - Er is tijd voor nodig. - Er is stilte en eenzaamheid voor nodig. - Sommigen willen alleen spontaneiteit. - De zegen der gewoonte. - Gevaren van sleur en veruitwendiging. - De meditatie. - Het vasten. BIJBELGEBRUIK EN GEBED. A. Bijbelgebruik De bijbel een tendenz-boek. - Hoe de bijbel gelezen wil worden. - Persoonlijk bijbellezen. - Zelftucht nodig. - Zegen uit persoonlijk bijbellezen. - De bijbellezing in het gezin. - Hierbij een keuze noodzakelijk. - Hulpmiddelen bij het bijbellezen. - Opvoeden tot persoonlijk bijbelgebruik. - De Schrift almeer veroveren. B. Het ware bidden. Bidden is antwoorden. - Bidden is gemeenschap-oefenen met God. - Een waar gebed eist geloof. - Een waar gebed eist ootmoed. - Een waar gebed eist opr echtheid. - Inzinking in ons gebedsleven. - De voorbede. - Almeer leren bidden. C. Het vraagstuk der onverhoorde gebeden. Dit vraagstuk niet verkeerd stellen. - Er zijn inderdaad onverhoorde gebeden. - Niet te spoedig spreken van onverhoord gebleven gebed. - Begin altijd de oorzaak bij uzelf te zoeken. - Blijf bij niet-verhoring geloven in Gods goedheid. - God verheerlijkt ook hierin bovenal Zichzelf. - God alleen ziet de grote lijn in het leven van Zijn kinderen. - God neemt de bidder aan. - Elk waar gebed hierbeneden eigenlijk nog onverhoord. XII. DOOP EN AVONDMAAL. A. Versterking van Gods werk in ons door de doop. De inhoud der belofte. - Onderschatting van de betekenis van de doop. - Overschatting van de betekenis van de doop. - Het juiste verband tussen het teken en de betekenende zaak. - Doop en verkiezing. - De gedoopte moet worden opgewekt tot geloof en bekering. - De gemeente van Christus gelooft. - Zijn doop verstaan en aanvaarden. - Bij Gods begin beginnen. - Betekenis van de doop ook voor de volwassen belijder. - Geloofsversterking der ouders uit de doop hunner kinderen. - "Bij het opwassen onze kinderen hiervan breder onderwijzen." B. Versterking van Gods werk in ons door het Avondmaal. Verband tussen leer en praktijk. - Christus de inhoud van dit sacrament. - Voorbereiding noodzakelijk. - Aard van de zelfbeproeving. - De drie delen der zelfbeproeving. - Het aanzitten aan de tafel des Heren. XIII. DE ARBEID DER KERK EN DE GEMEENSCHAP DER HEILIGEN. A. Versterking van Gods werk in ons door de bearbeiding der kerk. I. In de prediking, Christus Zelf spreekt in de prediking. - Toepasselijk en onderscheidenlijk preken. - Bediening der sleutelmacht. - Wat gaat voorop: openen of sluiten van het koninkrijk der hemelen? Wat dit van de hoorder vraagt. II. In het huisbezoek. Karakter van dit bezoek. - Waarover het gesprek heeft te gaan. - Hoe gij het bezoek moet ontvangen. III. In ons medewerken met de geinstitueerde kerk. B. Versterking van Gods werk in ons door de gemeenschap der heiligen. De wortel, waaruit die gemeenschap opbloeit. - Christus onze gezamenlijke schat. - De verplichting, die deze gemeenschap ons oplegt. - De oefening van deze gemeenschap in eigen kerk. De oefening van deze gemeenschap met heel de kerk op aarde. De oefening van deze gemeenschap met de triumferende kerk - De vrucht van deze gemeenschapsoefening voor ons geestelijk leven. |
| meer info |
0 reacties:
Een reactie posten